Artikelen

Vijf tuintypes als doelgroep

Sinds 1997 doen Tuinbranche Nederland en het Productschap Tuinbouw iedere vijf jaar onderzoek naar de beleving van de tuin door de Nederlandse tuinbezitter. Dit om de tuinbezitter zo goed mogelijk te kennen en hiermee zowel het bedrijfsleven als deze consument beter van dienst te kunnen zijn. Dit onderzoek wijst uit dat er vijf tuintypes zijn.

1 Het 'rode' tuintype (12%)
Dit type tuinbezitter is een beetje ongeduldig, zakelijk en kritisch, vrijgezel of samenwonend en heeft als beroep vaak een zelfstandige functie. Dit type is vaker een man (57%), heeft een bovenmodaal inkomen en vaak een koopwoning. De tuin is wel belangrijk maar tuinieren is een noodzakelijk kwaad. Zijn ideale tuin is gemakkelijk te onderhouden, gezellig, praktisch maar kan ook strak en modern worden genoemd. Over zijn huidige tuin is hij minder tevreden dan de andere types. Als hij bij het tuincentrum komt, wil hij meer dan de andere types worden geadviseerd over de inrichting van zijn tuin.

2 Het 'gele' tuintype (20%)
De gele tuinbezitters zijn geïnteresseerd in anderen, sympathiek, vrolijk en gezellig. Ze zitten meer dan gemiddeld in de leeftijd 30–39 en hebben doorgaans ook twee of meer kinderen. Belangrijke waarden zijn genieten van het leven, vriendschap en sociale verbondenheid. Dit type is vaker dan gemiddeld vrouw. En deze vrouw werkt vaker parttime. De typering van de ideale tuin is: gemakkelijk te onderhouden, gezellig en aangepast aan de kinderen. Dit type gaat naar het tuincentrum en ziet ter plekke wel wat te kopen (54%). Ten aanzien van het tuinonderhoud zegt dit type dat het niet te veel tijd mag kosten (60%).

3 Het 'blauwgroene' tuintype (22%)
Deze mensen zijn te typeren als spontaan, vrolijk, vlot, gezellig met klasse. Vaak warme gezinnen. In hun vrije tijd gaan ze uit, leggen bezoekjes af en tuinieren. Waarden zijn vriendschap, respect en genieten van het leven. Dit type is ook vaker vrouw (60%). Ze zijn bovengemiddeld tevreden met de eigen tuin en zeggen ervaring te hebben met het tuinonderhoud (73%) waarvan 40% zegt dat het leuk is en dus best wat tijd mag kosten. De ideale tuin is gezellig, een plek van rust, netjes en natuurlijk. Dit type noemt de tuin ook buitenkamer. 24% kijkt één keer per week of vaker naar tuinprogramma's en deze groep leest ook Libelle (33%) en Margriet (26%).

4 Het 'blauwe' tuintype (16%)
Dit zijn zelfbewuste, capabele en kritische mensen die als belangrijke waarden onafhankelijkheid, succes in het leven en de erkenning van prestaties hebben. Dit type tuinbezitter zal dan ook vaker dan de andere types een tuinarchitect inschakelen. Dit type zegt een natuurlijke tuin vol groen te hebben; een plek van rust en gezelligheid. Maar ook tijdloos en representatief. Men is bovengemiddeld tevreden met de tuin en heeft ervaring met tuinonderhoud. 78% heeft een plantenborder, meerdere terrassen (56%) en een vijver of vijverelementen (44%). De ideale tuin is gezellig en een plek van rust (60%) en ook sfeervol en vol groen (37%). Deze groep kijkt meer dan gemiddeld in tuinboeken.

5 Het 'groene' tuintype (20%)
Deze mensen zijn behulpzaam, zachtaardig en geïnteresseerd in anderen. Het gezinstype is vaak ouderwets gezellig. In de vrije tijd wordt tuinieren als eerste hobby genoemd en het tuinonderhoud vindt men dus leuk en mag best tijd kosten (78%). Men is bovengemiddeld tevreden met de tuin, heeft ervaring met tuinonderhoud en duidt de ideale tuin als gezellig, plek van rust, natuurlijk en vol groen. De helft van deze groep geeft aan te weten wat men wil op de plek van aankoop. Ze vinden het ook belangrijk dat planten in de tuin op elkaar zijn afgestemd en zijn altijd op zoek naar nieuwe soorten. Zij lezen meer dan gemiddeld de Libelle (38%) en ook Groei & Bloei (31%).

De resultaten van waarden- en stijltrends zijn vertaald naar de drie groepen die hier het meest ontvankelijk voor zijn: de gele, blauwe en blauwgroene types.

Bron: Tuinbranche Nederland, www.tuinbranche.nl

Dit artikel is een aanvulling op het artikel 'Tuintrends 2010: duurzaam- en geborgenheid' in Bloem en Blad 6 (2010), pagina 28.


© Bloem en Blad


Stuur door
Print